Het gebeurt

Het gebeurt
dat ze nee knikt
ja bedoelt
maar ikweetniet zegt

Zolang het gebeurt dobbert hij
als een drenkeling langs de
ikjes van haar archipel

Af en toe gooit ze een syllabe uit
waar hij naar graait -
Een kinderhand

Een enkele keer hijst ze hem
aan land
Hij verdrinkt dan
in die kolkende mond

Pat Donnez

Terug naar boven

Jurkje

Nee, je hoeft geen jurkje
te dragen
als je dat niet wilt
ook niet dat heel bijzondere blauwe
met streepjes
glanzend blauwe streepjes
waar je sandalen zo
goed bij passen
en je slipje –
dàt jurkje dus

en als we gaan wandelen
en je jurkje –
je weet wel
dat heel bijzondere blauwe
met streepjes
glanzend blauwe streepjes –
waait op
zodat ik je slipje zie
dat er zo goed bij past
net als je sandalen

en als je je op mijn
vloerkleed legt
dat zo goed past
bij dat heel bijzondere
blauwe jurkje
met glanzende streepjes
en ik je slipje voel
dat je nu niet draagt
en je vraagt
eerlijk, ik hoor niet in een
jurkje, hè?

geloof me dan als ik zeg
nee, jij hoort niet in een jurkje
ook niet dat heel bijzondere
blauwe met streepjes –
glanzend blauwe streepjes

Pat Donnez

Terug naar boven

Wij kunnen heel goed met bomen praten

Wij kunnen heel goed met
bomen praten
Over de takken en hoe
zij het maken
Kreupel en dood hout
houdt ons het meeste bezig
Of de jonge blaadjes al
maatjes zijn met de wind
Ook de wortels als ze klagen
- niemand kijkt naar ons
om meneer
zullen we als het past
helpen hun last te dragen
Nooit verlaten we het bos
zonder een klop op de harde bast

Wij kunnen heel goed met
bomen praten
maar moeten niet wagen
het met elkaar te doen

Pat Donnez

Terug naar boven

Wie zal ik vandaag vermoorden?

Wie zal ik vandaag vermoorden?
De lijst is lang.
Het eerste meisje bij wie
ik een blauwtje liep.
Haar in de gauwte wurgen
met een string.
De wiskundeleraar.
Hij liet me zakken om een
axioma dat niet eens bestond.
Hem de formules in z’n mond proppen.
Mijn huisbaas.
De caissière van de Spar.
Zomaar.
Hafid R. omdat hij op mijn moeder spoog.
En mezelf.
Vanwege alle keren dat ik loog.

Pat Donnez

Terug naar boven

Perron

Het geeuwen van het meisje.
Het zoeken naar het geld.
Het lopen naar de automaat.
Het zitten op de bank.
Het morsen met de cola.
Het trekken aan een sigaret.
Het krabben aan de knie.
Het blazen van de rook.
Het horen van de trein.
Het doven van de peuk.
Het weten van te voren.
Het zich gooien op de sporen.

Pat Donnez

Terug naar boven

Het is een mooi leven

Over enkele dagen gaat het sneeuwen.
Ik herinner het me van vorig jaar.
Ik herinner me de straat.
Als iemand me had gevraagd wat heb je
dan zou ik hebben gezegd: laat me met rust,
het is niets.

Nu het sneeuwt is er niemand in de straat.
De fietser die nooit is langs geweest
valt niet met zijn hoofd op het harde asfalt.
Er bloedt niemand dood.
Er is niemand die zegt
dat hij niets heeft gezien.

Ja, het is een mooi leven
zolang je niet bestaat.

Pat Donnez

Terug naar boven

Koopje

Doe mij maar in de uitverkoop.
Twee vierkante meter huid.
Prijs overeen te komen.
Ledematen met garantie voor één jaar.
De sluitspier kreeg het hard te verduren
maar hield stand.
Dunne darm min of meer geïsoleerd.
Longen, hart en nieren aan vervanging toe.
Smoel mag naar een goed doel.

Ik word gratis thuis bezorgd.

Pat Donnez

Terug naar boven

Teer

Voor mijn vader

Zo dichtbij voel je de doden
en hoewel ze weg zijn
verstopt achter een bocht
aan de andere kant van het hoofd
ze zijn er nog

Je hebt op je eentje
tweehonderd miljoen maal geademd
genoeg lucht
verzameld om een zeilschip
vijfmaal om de wereld te blazen

Zo dichtbij voel je zijn adem nu
leeggerookte longen
en hoewel hij weg is
lopend door een gang
van tong tot strot
hij is er nog

Pat Donnez

Terug naar boven

Mobieltje

Voor mijn zoon

Zeventien en van ons
al lang niet meer
nooit geweest
hooguit van zichzelf
Ik bel hem op
Opa is – hier breekt mijn zin
(Een bom in zijn gezicht)
Hij braakt en danst
op laatste puberbenen
de dode uit zijn vel

Pat Donnez

Terug naar boven

Later

Als ik later klein ben draag
ik mijn huis mijn auto en mijn tuin
in een schepje naar de zee.
De rimpels en het overtollig vet
stop ik in een putje langs het strand.
Van de vele vrouwen die ik achterliet
knoop ik tranen aan een vliegertouw
waarop te lezen valt: de hemel is niet hier.

Pat Donnez

Terug naar boven

De vriendelijken

de vriendelijken
de oprecht bezorgden
de mededogenden
de nooit om een lief woord verlegen zittenden
de oprechten
de zichzelf wegcijferenden
de vredelievenden
de stillen
de deemoedigen

de idioten

Pat Donnez

Terug naar boven

Geluk

Zou de man in mijn straat -
hij lijdt aan een zeldzame
ziekte,
met een tot de verbeelding
sprekende naam.
Een leven lang braken.
Tot hij stikt.
In zijn eigen
kots om zo te zeggen.

En ook nog
is deze man impotent.
En blind.
Evenwel aangeboren.
Dat scheelt.

Zou deze man
in mijn straat -

Weet hij eigenlijk wel
dat het geluk
in een klein
hoekje
ligt?

Pat Donnez

Terug naar boven

Marx had gelijk

Een geschiedenis voltrekt zich altijd in twee fases:
eerst als tragedie vervolgens als farce
Herinner je je nog hoe je me dumpte?
Alleen de hoogste brug in het dorp
vond ik hoog genoeg om vanaf te springen
Een kwarteeuw later glijdt een bootje
waarin wij zitten onder die zelfde brug door
Ze blijkt zo laag dat we ons godverdomme moeten bukken

Pat Donnez

Terug naar boven

M

Deze stad die mij bekeerde tot losbandigheid
en leerde hoe je in donkere kroegen
kunt blijven hangen
Lichtjaren lang
Mij wees langs welke spleten en gaten geruchten
zich over haar gehuchten spreiden
- ’t Schijnt dat de burgemeester reptielen kweekt
- Allee
- Zijn wijf is een serpent
- Echt? Wat een vent

Deze stad hoe ik haar haat
Het geblaat van straatkakkerlakken
Ratelende makakkenbakken
Haar vuile maniertjes
Vette labradordrollen in de
strooiweide aan de Kerkhoflei
Het achterlijk geklaag
over een uitheems liggende kassei

Deze stad wat heb ik haar ongeneeslijk lief
Wanneer Malinwa naar derde degradeert
Veertienduizend man you’ll never walk alone
zigzagzingt en in eerste revancheert
Of als we badend in het zweet met
beschonken ogen kijken
naar een paar ebben benen
wadend door de Dijle
Hoor mij ijlen

Deze stad, mijn heidens, onkuis en teder deken
Ik kruip onder u, dek me toe
Straks wil ik weer verhuizen, u verguizen
Maar nog even niet, nog lange niet…

Pat Donnez

Terug naar boven

Het gebeurt

Jurkje

Stand in

Wij kunnen heel goed met bomen praten

Wie zal ik vandaag vermoorden

Perron

Het is een mooi leven

Koopje

Teer

Mobieltje

Later

De vriendelijken

Geluk

Marx had gelijk

M